About bloemersmavo

This author has not yet filled in any details.
So far bloemersmavo has created 71 blog entries.

Opgave 7 – Indexcijfers

Vraag 1 Voor Nederland is de export erg belangrijk. Het zorgt in Nederland voor veel inkomen en werkgelegenheid. In deze tabel staan de gegevens van de Nederlandse export: Jaar Export in mln. euro's Export in indexcijfer 2003 ... 100 2005 281.097 ... 2007 344.311 ... 2009 ... 132,1 2011 ... 174,8 2013 433.106 ... 2015 418.982 ... 2017 445.039 190,1 a Met hoeveel procent is de export tussen 2011 en 2009 toegenomen? Afronden op één decimaal. b Bereken de [...]

Opgave 7 – Indexcijfers2017-09-25T12:18:58+01:00

Opgave 6 – Indexcijfers

Vraag 1 Het modaal inkomen is het inkomen dat het vaakste voorkomt in een land. In de tabel staat de hoogte van dit inkomen sinds 1970: Jaar Bruto per maand (in euro's) Bruto per maand (indexcijfer) Netto per maand (in euro's) Netto per maand (indexcijfers) 1970 € 429 ... € 286 ... 1975 € 805 ... € 537 ... 1980 € 1.173 ... € 782 ... 1985 € 1.401 ... € 934 ... 1990 € 1.471 100 € 980 100 1995 € [...]

Opgave 6 – Indexcijfers2017-09-25T12:19:36+01:00

Opgave 5 – Procenten niet gelijk aan 100

Vraag 1 Bedenk bij de volgende vragen wat een logische afronding is. a Jamiro heeft twee verschillende baantje. Hij werkt bij de pizzabus en hij bezorgt reclamefolders. Met het bezorgen van de folders verdient hij € 45 per maand. Dat is 35% van zijn totale inkomen. ⇒ Hoeveel verdient Jamiro in totaal? b ⇒ Hoeveel verdient Jamiro met het werken bij de pizzabus? c Op de kassabon van een kledingzaak staat dat Miranda € 14,87 BTW heeft betaald. De BTW op kleding is [...]

Opgave 5 – Procenten niet gelijk aan 1002017-09-22T07:56:14+01:00

Opgave 4 – Procentueel verschil

Hoeveel verdient Ali meer dan Jasmin? Hoeveel verdient een Nederlander minder dan een Amerikaan? Dit soort vragen kom je veel tegen. Je kunt dan kiezen welke formule je gebruikt. Als je goed oplet, zie je dat het eigenlijk dezelfde formule is: Vraag 1 a Bij de veiling van een schilderij van Rembrandt biedt een Nederlands museum een bedrag van € 46,5 mln. Een sjeik uit Dubai biedt echter het hoogste bedrag. Hij biedt € [...]

Opgave 4 – Procentueel verschil2017-09-21T11:50:28+01:00

Opgave 3 – Procentuele verandering

Vraag 1 Bereken de procentuele verandering: Afronden op één decimaal. a van 45 naar 75 b van 75 naar 45 c van € 1,55 naar € 1,45 d van € 1,45 naar € 1,55 e van 12.000 naar 14.375 Afronden op één decimaal. f van € 720 naar € 760 g van € 780 mld. naar € 820 mld. h van € 810 naar € 701 i van € 412,4 mln. naar € 890,5 mln. j  van [...]

Opgave 3 – Procentuele verandering2017-09-17T15:18:00+01:00

Opgave 2 – Procenten van

Vraag 1 Hoeveel procent is..  (afronden in 1 decimaal) a 55 van 250  b € 4,50 van € 12 c 330 van 475 d € 450 van € 12.500 e 85 van 1.250 Hoeveel procent is..  (probeer zonder rekenmachine) f 0,5 van 50  g 0,5 van 100 h 250 van 10.000 i 2 van 20 j 400.000 van 8 mln. Vraag 2 a Jaimy heeft een telefoonabonnement met een databundel van 20 Gb [...]

Opgave 2 – Procenten van2017-09-21T10:09:54+01:00

Opgave 1 – Procenten

Vraag 1 Bereken: a 15 % van € 850  b 10% van € 3.000 c 65% van € 1.450 d 4% van € 4 mln. e 20% van € 500.000 Bereken: f 1% van € 500  g 0,1 % van € 500 h 0,5% van € 500   i 150% van € 500   j 500% van € 500 Hoeveel procent is? k de helft (½) l een kwart (¼) m een vijfde deel (1/5) [...]

Opgave 1 – Procenten2017-09-15T19:33:43+01:00

Opgave 6 – Gewogen gemiddelde

Vraag 1 Een docent verzamelt de eindcijfers van zijn examengroep economie: Aantal leerlingen Cijfer 1 leerling 3 leerlingen 15 leerlingen 5 leerlingen 2 leerlingen 1 leerling 4 5 6 7 8 9 a Bereken het gemiddelde eindcijfer van deze groep. Afronden in 1 decimaal.  Vraag 2 Een handige leerling heeft een webwinkel. Via zijn site verkoopt hij 20 verschillende producten. Het gaat erg goed met de verkopen. Daarom verhoogt hij de prijzen van zijn producten. De 6 [...]

Opgave 6 – Gewogen gemiddelde2017-09-09T19:47:53+01:00

Opgave 5 – Gemiddelde

Vraag 1 In een klas zitten maar 15 leerlingen. Tijdens een les economie gaat het over bijbaantjes. De economieleraar wil graag weten hoeveel leerlingen een bijbaantje hebben. Ook vraagt hij aan de leerlingen hoeveel zij verdienen per maand. Hij schrijft de gegevens op het bord: 15 leerlingen in totaal 8 leerlingen hebben een bijbaantje: Erik: € 120,- Charmene: € 50,- Achmed: € 75,- Michel: € 80,- Jimmy: € 200,- Eline: € 20,- Suzan: € 125,- Femke: € 60,- a [...]

Opgave 5 – Gemiddelde2017-09-09T18:59:13+01:00

Opgave 3 – Grote getallen

Vraag 1 Doe het steeds zoals in het voorbeeld. Schrijf in cijfers.      5 duizend  ⇒  5.000 a 12 miljoen b 100 duizend c 450 miljard d 0,75 miljoen e 5,4 miljard Schrijf in woorden.     5.000 ⇒ 5 duizend f 23.000.000 g 5.000.000.000 h 950.000 i 5.500.000 j 12.400.000.000 Schrijf in woorden. Afronden op één decimaal.   5.342  ⇒  5.342  ⇒  5,4 duizend k 3.456.238.643 l 12.376.850 m 450.549.250 n 12.382 o 865.349.873.010 [...]

Opgave 3 – Grote getallen2017-09-09T15:40:29+01:00
Click to listen highlighted text!